
Waar kun je meer van de sneeuw genieten dan in de bossen rondom onze VGC? Dat moet ook de leiders van de Herendag geinspireerd hebben om zonder balletje en tas te golfen. Collectief. En niet om te winnen, maar om te genieten. En dat deden wij min of meer op dinsdag de 2e februari 2010.
Zo’n 12 sterke heren, gehard door het weer, verzamelden zich om al wandelend nieuw terrein voor, wie weet, de volgende negen holes te verkennen, of om met eigen ogen waar te nemen wat we nog missen aan interessante geografische uitbreiding.
Het regende. Op een al bevroren ondergrond. De parkeerplaats was een kleine Thialf. Auto’s schaatsten naar binnen. Dat ging makkelijk. Je gaat de heuvel af.
Binnen was het warm. Natascha toonde vol trots haar vernieuwde keuken. Voordat we het terrein in gingen moesten natuurlijk gezondheids- en wereld problemen doorgesproken worden. De discussies laaiden hier en daar hoog op. En we dronken alleen maar koffie!
Maar dan was het toch zo ver. Om 15.00 uur gingen de moedige 12 op pad. Regenkleding en hoofdbedekking. Schoenen met profielen. Op ’n jammerlijke uitzondering na. Veel paraplu’s. Als je door de bermen langs de paden liep was er niets aan de hand. En ook niet in het begroeide midden van het pad. 'n Stapje naar links of naar rechts en de gladde ondergrond heette je van harte welkom.
We zouden toch zeker wel herten en zwijnen te zien krijgen, Hans? Als voorzitter wordt je geacht alles tot in de puntjes te regelen. Maar Hans had helaas een route gekozen met de wind in de rug. Dus geen wild te zien. Opbergen die dure verrekijkers!
Het was nevelig en het regende en toch bood het bos en daarna de heide een prachtig decor waar sommigen al snel tot intieme gesprekken kwamen. We voelden ons sterk. Vroegen ons af waar al die andere stoere kerels bleven. Wat ’n watjes!
Om 17.45 zouden we gaan genieten van Natascha’s verrukkelijke erwtensoep en wijn en roggebrood. Maar voordat het zover was moesten sommige assisteren op de parkeerplaats. Er waren leden die probeerden met een stevige vaart de heuvel naar de weg op de te komen en keer op keer bleven steken met doldraaiende wielen. Herkende ik niet ook de auto van onze Michiel van de WHC? Hij was enigszins nerveus begonnen aan zijn hellingproef. Toegejuicht en aangemoedigd door een kleine menigte van toch wel vijf supporters. Tot vijf keer toe spoot hij weg. Zonder succes. De supporters veranderden in vijf instructeurs. Alle vijf met afwijkende aanwijzingen. Arme Michiel. De aardappels thuis waren intussen al aangebrand, evenals zijn echtgenote.
Op een of andere miraculeuze wijze is het Michiel gelukt de parkeerplaats te verlaten. Met auto. Maar helaas heeft hij de hellingproef niet gehaald.
In het clubhuis waren intussen gearriveerd Ab Leeflang en Jan van der Hoeven. Ze hadden graag meegewandeld, maar hadden helaas niet het juiste schoeisel. Maar ze wilden graag mee aanzitten. De erwtensoep was heerlijk. De wijn nog lekkerder. En de discussies van het begin laaiden weer met nog meer decibellen op. Ab Leeflang legde zijn gehoorapparaat zuchtend op tafel.
Na afloop stapte de een na de ander in zijn limousine om ook aan de hellingproef te beginnen. Als je toeschouwer bent is het boeiend om aan het autorijden het karakter van mensen te herkennen. De doeners en de denkers te onderscheiden. Er waren er twee die kozen voor een traject langs de rechter zijde van de heuvel naar de weg. Die strandden voor de heuvel in een kuil. Daar kwamen ze ook niet meer uit. Dat waren de doeners.
Een denker op hoge leeftijd in een grijze Citroen maakte rustig een bocht naar rechts in plaats van de heuvel te bestormen, maakte een ererondje langs het hek van de 1e herentee en ging in een rustig maar constant tempo onverstoorbaar de heuvel op. Dat was een denker. Hulptroepen duwden en trokken totdat zo’n 1 ½ uur later iedereen uiteindelijk de laatste hindernis genomen had. Zijn dat volhouders of niet?
John Smeur
Lees verder >>